Aan de leden van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal
Postbus 20017
2500 EA Den Haag

Den Haag, 23 januari 2020

Betreft: Reactie Klankbordgroep Banenafspraak op het wetsontwerp voor de
harmonisatie van de Wajong
Referentie: KBG/20-0016/RP

Geachte leden van de Eerste Kamer,

In deze brief maken wij als Klankbordgroep Banenafspraak (KBG) ons standpunt bekend
betreffende het wetsvoorstel van de staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid mevrouw T. van Ark en geven wij ons advies aan u als Eerste
Kamerleden.

De huidige Klankbordgroep Banenafspraak bestaat uit mensen met diverse soorten
beperkingen. Het idee achter de KBG is direct ervaringen op te halen van mensen die te
maken hebben met de gevolgen van de banenafspraak.

De KBG is positief over de verbeteringen maar over het algemeen heerst bij ons het
gevoel van teleurstelling en persoonlijke afwijzing bij dit wetsvoorstel.

Omdat wij in het algemeen positief in het leven staan en ons best doen in de situatie
waarin wij ons bevinden, beginnen wij met de positieve kanten van dit wetsvoorstel.
Wij ondersteunen de visie dat een uur extra werk ook meer loon oplevert. Bovendien zijn
wij blij dat het amendement van Renkema en Gijs van Dijk (stuk nummer 28-I) door de
Tweede Kamer is aangenomen. Deze voorziet in de aanvulling tot het functieloon na de
toepassing van loondispensatie. Ook de aangepaste studieregeling betekent een
belangrijke verbetering.

Omdat er sinds 2015 geen nieuwe instroom meer is in de Wajong, zal nog slechts een
zeer beperkt aantal Wajongers in aanmerking komen voor deze regeling. Ook vinden wij
het positief dat de Wajong als vangnet fungeert tot aan de AOW-leeftijd. Dit is een
aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige wet. We vinden echter dat dit
vangnet moet worden verbonden aan de beperking en niet de toevallige datum van
geboorte. Immers wie na 2015 nog arbeid kan verrichten zal van deze voorzieningen
geen gebruik meer kunnen maken. Dit betekent rechtsongelijkheid.

Eerlijk meedoen naar arbeidsbelastbaarheid
Ondanks dat een uur extra werk loont, is er een extra complicatie voor mensen met een
urenbeperking. Immers, er zijn veel mensen met een beperking die door hun beperking
geen volledige werkweek kunnen maken. De wet is dan heel wat minder genereus. Het
leidt ertoe dat velen van ons door dit wetsvoorstel weinig financieel perspectief hebben.
Beperkingen zijn er in verschillende vormen. Door de studieregeling en hulp van een
netwerk kunnen mensen met een beperking studeren. Wij vinden dat iemand die
investeert in zichzelf ook de mogelijkheid moet krijgen deze investering terug te
verdienen.

Daar hoort ook een gelijkwaardig perspectief bij. Op een gegeven moment willen we ook
meer kunnen verdienen dan het WML, temeer omdat dit motiveert om te gaan werken.
Dit lijkt ons een tegenstrijdig element in het wetsvoorstel van de staatssecretaris die als
beoogd doel heeft meer Wajongers met arbeidscapaciteit te motiveren aan het werk te
gaan.

We schatten in dat de kans op een vaste aanstelling met deze nieuwe voorstellen en de
voorgenomen harmonisatie niet of nauwelijks is verbeterd.

Verrekening van inkomsten
Hetzelfde geldt voor het verplicht moeten afstaan van (een deel van) een bonus of een
dertiende maand. Het totaal geeft de indruk dat we niet gelijk zijn aan ieder ander
zonder arbeidsbeperking en niet mogen genieten van de extraatjes die men aan de ander
toekent. Het is vreemd omdat je toevallig aanvullende inkomstenondersteuning via de
Wajong ineens met de inkomsten moet verrekenen. Immers, de inkomensondersteuning
ontvang je vanwege je beperking.

Het is vreemd dat je door eenmalige inkomsten ineens minder inkomensondersteuning
nodig zou hebben en je rechten afnemen. Onze ervaring is dat dergelijke extraatjes vaak
worden aangewend om schulden of andere achterstallige zaken af te lossen, dan wel aan
te pakken. Een hoger loon is vaak bedoeld als goed nieuws voor het bestrijden van
eerder ontstane armoede en het realiseren van wensen. Onze ervaring is echter dat het
meestal leidt tot verrekening en terugbetaling en gedoe met toeslagen. Extra inkomsten
leiden in de regel niet daadwerkelijk tot extra inkomsten en dat zou toch echt anders
moeten.

Inkomensonzekerheid
Aangaande de persoonlijke inkomenszekerheid moet men dan ook rekening houden met
de persoonlijke omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde, die onomstotelijke
dwarsverbanden met elkaar hebben aangaande de bepaling van de hoogte van het

inkomen en zo de keuze voor wel of geen werk, gebruik voorliggende re-integratie-
voorzieningen een lastige en ongewisse keuze kunnen betekenen voor diegene die zich
niet diep in de materie verdiept heeft.

Bovendien is het van tevoren belangrijk de hoogte van het inkomen te kunnen opvragen
bij UWV bij de keuze van een verandering van uitkering naar werk. Diegene die dus
werkt of wil gaan werken, moeten vooraf schriftelijk de hoogte van het inkomen krijgen
om onzekerheid weg te nemen. Is de wet toetsbaar per uitkeringsgerechtigde met een
garantie er niet op achteruit te gaan wanneer men gaat werken dan wel al aan het werk
is of van baan gaat veranderen?

Garantieregeling en -termijn
Ondanks het amendement van Stoffer en Baudet lijkt ons de garantietermijn nog steeds
te kort. Zelfs een jaar is volgens ons niet voldoende. Uit de UWV Monitor
Arbeidsparticipatie van 2018 blijkt dat 40% na arbeidsverlies een jaar later nog steeds
werkloos zijn.

Met dit in het achterhoofd, vrezen we bovendien dat de doelgroep het nog steeds te
riskant zal vinden om de overstap te maken van de ene naar de andere baan, vooral in
tijden van tegenspoed, zelfs wanneer men een overstap beoogd naar een sector waar wel
baankansen zijn. Bij het stellen van een garantietermijn zou men zich moeten laten
adviseren door de cliëntenraden en de andere sociale partners.

We willen geenszins de indruk wekken dat wij een zuurpruimende groep zijn, maar
bovenal een groep zijn van mensen die hard willen werken en voldoening willen halen uit
het werk door alles uit onszelf te halen qua talent vanuit daar waar onze passie ligt,
tegenover een salaris dat ons hiervoor beloond op een wijze die gangbaar is voor
iedereen zonder een beperking.

Bovendien willen wij af van het stempel dat wij vooral dankbaar moeten zijn voor elke
barmhartigheid die ons getoond wordt. Een fatsoenlijk salaris en een eerlijke kans is iets
wat vanzelfsprekend zou moeten zijn en een burgerrecht dat wordt gerespecteerd. Niet
in het minst, omdat in het VN-Verdrag Handicap (officieel: VN-Verdrag inzake de Rechten
van Personen met een Handicap) gelijkwaardigheid centraal staat en elke andere
waardering gelijk staat aan discriminatie.

Dat betekent ook dat wanneer iemand naar vermogen werkt, zijn inkomen minimaal het
WML is, doch het uitgangspunt het functieloon is. Als men bij een medische
urenbeperking naar vermogen werkt, moet er aangevuld worden tot het inkomen
behorend bij de functie.

Tevens zijn we niet tegen een vereenvoudiging van de wet, maar het lijkt erop dat deze
slechts het UWV bedient. Voor de werkgever en de Wajonger verandert er niets aan de
situatie en maakt het voor hen niet eenvoudiger. Wel zal het UWV per individu een
garantiebedrag moeten berekenen. Deze berekening zal waarschijnlijk tot
administratieve chaos en onduidelijkheid leiden als wij zo de geschiedenis van het UWV
ter geheugen brengen.

Onze conclusies
Wat ons opvalt is dat de wet onbegrijpelijk is opgeschreven voor veel mensen met een
beperking. We vinden de wet en de inkomensregels moeilijk uitlegbaar en de dingen die
we hierboven noemen begrijpen we vaak niet in de uitwerking. Waarom niet
gelijkwaardig meedoen op de werkplek? Waarom geen compensatie voor de uren die je
medisch niet kan werken? Waarom verrekening van een incidentele bonus?
Dit soort ingewikkelde regelgeving geven Wajongers, collega’s in de Participatiewet en
onze werkgevers weinig vertrouwen. Contacten met het UWV zijn in de regel slecht-
nieuws-gesprekken.

Wij hebben de indruk dat met deze wet hierin geen verandering brengt. De vakbonden
en andere belangenclubs bevestigen onze indruk. Wij wensen werkgever en werknemers
een betere wet toe met meer duidelijkheid. Het scheelt al heel wat passages als er een
wet is waarin helemaal geen overgangsregelingen nodig zijn, maar gewoon een
verbetering.

Wij zijn gaarne bereid tot een nadere toelichting.

Met vriendelijke groeten,

Namens De Klankbordgroep Banenafspraak
Roderik Plas
Voorzitter